Werkgevers opgelet! De billijke vergoeding kan nu echt pijn gaan doen...

Het is voor werkgevers nu meer dan ooit van belang om bij ontslag de wettelijke regels in acht te nemen. De Hoge Raad heeft in een recente uitspraak bepaald dat de individuele omstandigheden van de werknemer mogen worden meegewogen bij het vaststellen van de billijke vergoeding. Hierdoor kunnen dergelijke vergoedingen substantieel hoger uitvallen dan voorheen het geval was. Het is voor werkgevers dus verstandig om zich voorafgaand aan het  ontslag goed te laten informeren.

02H49534.jpg

In 2015 werd met de invoering van de WWZ een nieuwe manier geïntroduceerd om de hoogte van de ontslagvergoeding vast te stellen. Er werd afscheid genomen van de zogenoemde kantonrechtersformule, waarbij de hoogte van de ontslagvergoeding afhing van onder andere de leeftijd en de arbeidspositie van de ontslagen werknemer. Voortaan zou de werknemer gecompenseerd worden in de vorm van een (vaste) transitievergoeding en eventueel een billijke vergoeding bij ernstig handelen of nalaten van de werkgever. De hoogte van de billijke vergoeding hing lange tijd alleen af van de mate van verwijtbaarheid aan de zijde van de werkgever. De persoonlijke omstandigheden van de werknemer speelden niet meer mee. Daar is met het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2017 verandering in gekomen.

Het draait in deze zaak om een kapster, die sinds december 1989 werkzaam is bij New Hairstyle. Zij werkt daar op grond op van een arbeidsovereenkomst 4,5 uur per week en verdient € 224,51 bruto per maand. 
In januari heeft New Hairstyle een vaststellingsovereenkomst aangeboden aan de kapster. Dit voorstel hield in het dienstverband te beëindigen zonder financiële regeling. De kapster heeft niet ingestemd met de beëindiging van haar dienstverband.

Vervolgens heeft New Hairstyle in januari 2015 een verzoek ingediend bij het UWV om een ontslagvergunning te verkrijgen voor de kapster. Als reden voor dit verzoek werden bedrijfseconomische omstandigheden aangevoerd. New Hairstyle slaagde er echter niet in om te bewijzen dat er daadwerkelijk noodzaak bestond om te reorganiseren.

Een aantal maanden later ontstaat er tussen de kapster en New Hairstyle een conflict over het opnemen van vakantiedagen. Als gevolg van dit conflict beëindigt New Hairstyle de arbeidsovereenkomst met de kapster, zonder na te gaan of dat dit juridisch mogelijk was.  In reactie hierop spant de kapster een procedure tegen New Hairstyle aan, waarin zij vordert dat aan haar  een billijke vergoeding van bijna € 60.000,- zal worden toegekend.

De kantonrechter besluit aan de kapster een billijke vergoeding van € 4.000,- toe te wijzen. Het Hof heeft daarna de uitspraak van de kantonrechter bekrachtigd. Het Hof stelt dat in de billijke vergoeding tot uitdrukking moet komen dat de opzegging van het dienstverband, zoals dat gedaan is door New Hairstyle, ontoelaatbaar is. De vergoeding moet een punitief en afschrikwekkend karakter hebben. De duur van het dienstverband wordt door het Hof niet meegenomen in het bepalen van de billijke vergoeding. Overwogen wordt dat er ook geen andere feiten of omstandigheden zijn die tot verhoging of verlaging van de vergoeding zou moeten leiden.

De Hoge Raad oordeelt echter anders: zij meent dat het stelsel van de WWZ zich er niet tegen verzet dat met de gevolgen van het ontslag voor een werknemer rekening wordt gehouden bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding. Bij het vaststellen van de vergoeding kan ook worden gelet op wat de werknemer aan loon zou hebben ontvangen als de opzegging zou zijn vernietigd. In hoeverre rekening wordt gehouden met het inkomen dat de kapster zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd, hangt af van alle omstandigheden van het geval.

Bij de vaststelling van de billijke vergoeding kan ook rekening worden gehouden met een eventuele nieuwe baan van de kapster of andere inkomsten die zij in de toekomst kan verwerven. De Hoge Raad wijst er bovendien op dat de wetgever aan de billijke vergoeding niet een punitief karakter heeft willen toekennen. Daarmee hoeft dan ook geen rekening te worden gehouden bij het vaststellen van de billijke vergoeding.

Het Hof heeft bij haar beslissing het punitieve karakter van de billijke vergoeding dus ten onrechte als uitgangspunt genomen. De zaak wordt dan ook terugverwezen naar het Hof Den Bosch. 

Over de auteur

Claudie-Gimbrere.jpg
“ Praktisch adviseren en begeleiden van innovatieve ondernemers en particulieren" ”

Claudie Gimbrère