Uitspraak Erfrecht

Ondanks tekortkomingen wordt executeur/bewindvoerder niet ontslagen, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, uitspraak 25 april 2013
X is executeur en afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van zijn moeder. Op verzoek van zijn zus (mede-erfgenaam) is X ontslagen als executeur en afwikkelingsbewindvoerder en heeft de kantonrechter vervolgens een kandidaat-notaris daarvoor in de plaats gesteld.

Thans heeft het Hof het ontslag ongedaan gemaakt. Volgens artikel 4:149 lid 2 BW en artikel 4:164 lid 2 BW kan een executeur respectievelijk afwikkelingsbewindvoerder op grond van gewichtige redenen worden ontslagen. Het Hof heeft in zijn arresten van 21 november 2006 (Notafax 2006, nr 305) en 21 september 2010 (LJN BN7952) deze maatstaf nader gestalte gegeven. Van gewichtige redenen kan mede sprake zijn wanneer van één of meer van de erfgenamen niet kan worden gevergd dat de nalatenschap waarin zij deelgenoot zijn nog langer wordt beheerd door de executeur. Tot de gewichtige redenen behoort een diepgaand, niet aanstonds weg te nemen wantrouwen van de erfgenamen in de executeur. Dit moet dan wel gestoeld zijn op concrete en objectieve feiten. Enkel subjectieve belevenissen zijn ontoereikend voor het verlenen van het ontslag. Het Hof voegt hieraan toe dat er ex nunc wordt geoordeeld. Er wordt dus ook rekening gehouden met feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de procedure bij de kantonrechter en in hoger beroep. In het bijzonder wordt gelet op de fase waarin de afwikkeling van de nalatenschap zich nu bevindt. In casu heeft X nimmer een boedelbeschrijving opgemaakt noch heeft hij jaarlijks rekening en verantwoording afgelegd. Daarmee heeft X zich in elk geval op deze onderdelen niet gehouden aan de verplichtingen die in het testament aan X zijn opgelegd. Dat X niet precies begreep wat er onder een boedelbeschrijving valt, doet hieraan niet af. Het had op zijn weg gelegen om bij een notaris te informeren of zelfs een boedelnotaris in te schakelen om een boedelbeschrijving te laten opmaken. Het testament bood hem hiervoor de ruimte en het inschakelen van hulp kon ruimschoots worden gefinancierd uit de nalatenschap. Ook ten aanzien van het verschaffen van informatie is X tekortgeschoten. Indien X de hulp van een boedelnotaris had ingeschakeld, had hij de vragen van zijn zus meer onderbouwd en wellicht in een vroeger stadium dan thans het geval is geweest kunnen en ook moeten beantwoorden.

Op grond van het testament diende X tussentijds alle gewenste inlichtingen te verstrekken. Daar staat evenwel tegenover dat geen van de andere erfgenamen - waartoe het Hof ook de kleinkinderen rekent [Redactie:] - zich heeft beklaagd over de afwikkeling door X en er geen financiële malversaties lijken te hebben plaatsgevonden. Integendeel, X heeft bezwaar aangetekend tegen de WOZwaarde van de nagelaten woning om de erfbelasting te verlagen. Tot slot - en gezien de ex nunc-toetsing een belangrijk gegeven - (was en) is de afwikkeling van de nalatenschap dusdanig vergevorderd dat het niet opportuun is om de afwikkeling door een ander te laten afronden. Het Hof verwerpt het betoog dat de bedoelde kandidaat-notaris een onderzoek kan doen naar de afwikkeling door X omdat niet is gebleken van enige financiële malversatie. Bovendien kan uiteindelijk rekening en verantwoording worden afgelegd ex artikel 4:151 BW.

Hof Den Bosch 25 april 2013, nr HV 200.119.689/01

Bron: Notamail, 06 juni 2013