Ontbinding van de arbeidsovereenkomst en social media

Veel mensen beschouwen social media als dé ideale uitlaatklep. Voorzichtigheid is echter geboden! Niet alleen gebruiken werkgevers social media om de sollicitanten te screenen, maar ook kunnen de door werknemers gedane uitlatingen op social media leiden tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Veel mensen beschouwen social media als dé ideale uitlaatklep. Voorzichtigheid is echter geboden! Niet alleen gebruiken werkgevers social media om de sollicitanten te screenen, maar ook kunnen de door werknemers gedane uitlatingen op social media leiden tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Dit overkwam een werknemer van de Blokker, nadat hij op Facebook had geschreven:

"blokker wat een hoerebedrijf spijt dak er ben gaan werken en die mensen ook d er werken vooral me teamleider wat een gore achter de ellebogen nijmegseple nep wout je ken aan die kkstreken van hem wel merken dat hij uit nijmegen ko en wout uis geweest de hoerestumperd ooit komt mijn dag en geloof me dan st ze te janken kkhomo,s."

De kantonrechter van de Rechtbank Arnhem* ontbond vervolgens met onmiddellijke ingang de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een beëindigingsvergoeding. De kantonrechter meende immers dat de werknemer door het plaatsen van het bericht op Facebook zijn direct leidinggevende en zijn werkgever op grovelijke wijze had beledigd, terwijl er voor hem geen enkele aanleiding bestond om zich op zodanige wijze publiekelijk uit te laten. Als goed werknemer had de werknemer het bericht niet mogen plaatsen. De omstandigheid dat de werknemer het door hem op Facebook geplaatste bericht uiteindelijk had verwijderd, mocht niet meer baten. Ook het door werknemer gevoerde verweer dat Facebook tot het privédomein van een werknemer behoort, werd door de kantonrechter gepasseerd. Door het plaatsen van berichten op Facebook had de werknemer immers het risico aanvaard dat het bericht door 'vrienden', en door de mogelijkheid van 'delen' ook door anderen dan 'vrienden', zou worden gelezen.

*Uitspraak van kantonrechter te Arnhem van 19 maart 2012 (LJN: BV9483, 800536 HA VERZ 12-1032).