"Bloed aan het mes"

Publicatie van Tjaard Gimbrère in het boek Misdaad

Mijn kantoor bevindt zich in het mooiste pand van Breda. Het is een historisch bouwwerk, dat uitkijkt op een druk plein. Als ik op een mooie zomerse dag opkijk van de dossiers op mijn bureau zie ik vrolijke mensen op weg naar onbekende bestemmingen. Schuin aan de overkant van mijn werkplek ligt Grand Café Charelli, met het merk van het lokale bier in uitnodigende letters op de gevel. Nog een paar uur en ik zal me met een voldaan gevoel kunnen nestelen aan de tap. Het leven is goed in het Brabantse land.

Maar niet voor iedereen...

1001004002627311.jpg

Als de nacht valt verandert het decor. De lichten in de cafés zijn uit, de oppassende burgers zijn uit het straatbeeld verdwenen. Het centrum biedt een onheilspellende aanblik. Op dit uur zijn de straten het domein van ander volk. Van zwervers en zatlappen, van boefjes en drugsgebruikers. Van mensen zoals Adje.

Adje was die nacht met de beste bedoelingen op pad gegaan. En hoe kon het ook anders. Hij was immers net een paar dagen vrij en zijn strafblad was al lang genoeg. Van de afgelopen 20 jaar had hij zeker de helft doorgebracht in de gevangenis. Hij had zich vast voorgenomen om daar nu verandering in te brengen. Naar de bajes wilde hij niet meer terug. Om te beginnen had hij besloten te stoppen met die nare dope. Misschien nog niet vandaag, maar wel heel binnenkort. En nu zit hij daar weer. Op de plek die hij zo goed kent: de harde brits van de politiecel. Terug bij af. En natuurlijk volkomen onterecht: hij wordt verdacht van een steekpartij waar hij niets mee te maken heeft. Nou ja, in ieder geval heeft hij niet gestoken. De politie ziet het helemaal verkeerd. Adje is geen dader maar juist slachtoffer! Een stelletje dronkelappen heeft hem te pakken genomen en mishandeld! Hij heeft ook altijd stomme pech. Net als die keer dat hij door een paar dwaze junks was opgesloten in een container, die ze vervolgens in brand gestoken hadden. Door pure mazzel had een brandweerman nog even in de container gekeken. Anders was hij er nu niet meer geweest......Ad voelt zich rampzalig. Hij beseft dat er niet veel anders opzit dan de vermoeide ogen maar te sluiten en zich voor te bereiden op een nieuw verhoor van de politie. De cel waar hij de nacht zal moeten doorbrengen is even onpersoonlijk en kil als die andere celletjes waarin hij de afgelopen jaren met de regelmaat van de klok is opgeborgen. Hij kan er maar het beste in berusten. Een cel is ten slotte beter dan de goot. En de volgende dag zal hem koffie en een normaal ontbijt worden voorgezet. Als de rechercheurs hem maar niet te vroeg wakker maken.........

Het is voor de politie geen eenvoudige klus om te achterhalen wat er nou precies is voorgevallen. Dit staat min of meer vast:

Ad is in de loop van de nacht twee vrienden tegengekomen en ze hebben samen wat gebruikt. Niet zoveel, maar wel cocaïne én heroïne, ‘wit' en ‘bruin' in het junkenjargon. Rond een uur of vier in de ochtend, terwijl een waterig zonnetje al een voorzichtige poging doet de duisternis te verdrijven, verlaat het groepje de binnenstad. Plotseling staan ze oog in oog met een ander drietal, dat al even beneveld is als Ad en zijn maten. Alleen hebben zij zich niet te goed gedaan aan witte en bruine poeders, maar aan goudgeel gerstenat. Eén van hen zal later tegen de politie zeggen: ‘Ik was het minst dronken, maar mijn vriend Theo was zo dronken dat het net was alsof hij de hele wereld aan kon'. Het droeve toeval wil dat juiste deze twee stoere groepjes elkaar aan de rand van het centrum moeten tegenkomen. ‘Jullie lijken wel frikadellen', komt er uit de groep bierdrinkers. Om dit en andere ‘complimenten' kracht bij te zetten wordt er fanatiek tegen vuilnisbakken getrapt. De meest gealcoholiseerde struikelt bij herhaling over zijn eigen benen. Om indruk te maken roept Adje: ‘Kijk uit, politie!' en laat een document zien dat hij heeft overgehouden aan een vorige confrontatie met het gezag. Er ontstaat totale chaos. Adje, niet groot van stuk, wordt naar eigen zeggen op de grond gegooid alsof het een wedstrijd dwergwerpen is. Het biergroepje trapt hem meerdere malen op zijn bovenlichaam en gezicht. Vanaf dat moment komt er ook een mes in het verhaal voor. En gaan de waarnemingen sterk uiteen lopen............Eindelijk gaat het uitgeputte gezelschap huiswaarts. Het is een lange nacht geweest. De volgende dag meldt een gehavend drietal zich aan de balie van het Bredase Bureau van Politie. Het zijn Theo en zijn bierminnende vrienden. Toen Theo die nacht thuis kwam is hij zich een ongeluk geschrokken. Bij het uitdoen van zijn kleren ontdekte hij dat hij onder het bloed zat! Gevolg van een steekwond in zijn borst en in zijn rechterbovenarm. De drank had de pijn blijkbaar verdoofd. Theo vertelt in geuren en kleuren over de onverkwikkelijkheden van de afgelopen nacht. En hoe hij op het nippertje aan de dood is ontsnapt......Adje wordt samen met een van z'n maten aangehouden. Eerlijk als ze zijn overhandigen ze allebei een mes dat ze tijdens de confrontatie in hun bezit hadden. Ad heeft er niet over gepiekerd om zijn exemplaar, een vervaarlijk vlindermes, te laten verdwijnen. Sterker nog, tijdens de arrestatie houdt hij het nonchalant in zijn rechterhand. ‘Ik moet me kunnen beschermen als die drie jongens weer komen opdagen. En trouwens: ik heb dat mes tijdens de vechtpartij helemaal niet in mijn handen gehad! Als iemand wat anders beweert, is dat gelogen!'

Door het open raam van mijn werkkamer waait het straatgeluid binnen. Een groepje schoolkinderen maakt luidruchtig ruzie. ‘Jij bent begonnen!' ‘Dat is niét waar, jij begon!'

Als de zaak van Adje bij ons kantoor binnenkomt is het vrij snel duidelijk voor mij: de toedracht van het nachtelijke straatoorlogje zal knap moeilijk te ontrafelen zijn. Goeie kans dat ik Adje zonder al te veel moeite vrij zal kunnen krijgen. Maanden later komt de zaak voor. De Officier van Justitie komt met grof geschut: Adje heeft getracht om Theo van het leven te beroven. Niet eenvoudig te bewijzen: hoe haal je zo'n kluwen aan tegenstrijdige verklaringen van gedrogeerden en drinkebroeders uit elkaar? Waren Theo's steekwonden veroorzaakt door Adjes mes of door dat van z'n maat? De rechter komt er ook niet uit en stuurt onze vriend na 5 maanden voorarrest voorlopig naar huis. Het lijkt er goed uit te zien voor Adje. Lijkt......want de rechter heeft voor de Officier een beslissende opdracht in petto: DNA-onderzoek. Zowel op het mes van Ad als op dat van zijn maat is bloed aangetroffen. In het laboratorium moet uitgezocht worden of dat bloed van het slachtoffer is of niet. Voor Adje breekt een spannende tijd aan. Hij houdt vol dat hij zijn mes niet gebruikt heeft. Maar de uitslag is ontnuchterend: het bloed op Adjes mes, is onomstotelijk afkomstig van Theo. Adje is de pineut. Hij doet nog een wanhoopspoging om het tij te keren: ‘Mijn mes zat mogelijk open in mijn kleding en het slachtoffer is daar tegenaan gevallen!' Nu kan je veel van rechters zeggen, maar ik kan u verzekeren: in sprookjes geloven ze niet. Ook het verweer dat Ad zich wel moest verdedigen tegen de trappende vijand wordt naar de prullenbak verwezen. Volgens de rechtbank heeft Ad stekende bewegingen gemaakt in de richting van het slachtoffer. Van noodweer kan dus geen sprake zijn. Het lot van Adje is bezegeld. Hij wordt veroordeeld tot twaalf maanden cel, waarvan vier voorwaardelijk.

Met een zucht sta ik op van achter mijn bureau. Het is waar, dit is geen heldenverhaal. Dat schimmige zestal bestond zeker niet uit helden en voor mij als advocaat was een heldenrol ook niet weggelegd. Mijn juridische wapens waren in deze zaak niet opgewassen tegen dat machtige wapen van de aanklager: DNA-onderzoek. Ik sla de deur van het kantoor met een klap achter me dicht en richt de blik op het lonkende etablissement aan de overkant.

Bron: Misdaad (Jongbloed & Vuyk, 2005)

Over de auteur

Tjaard-Gimbrere.jpg
“ Veel Nederlanders in Spanje smeekten om juridische hulp ”

Tjaard Gimbrère