Afscheid van de onredelijk lange betaaltermijnen?

Met ingang van 1 juli 2017 is een nieuwe wet in werking getreden die onredelijk lange betalingstermijnen moet inperken. Het gaat om de “Wet uiterste betaaltermijn van zestig dagen voor grote ondernemingen”. Deze wet is bedoeld om te voorkomen dat grote ondernemingen hun sterke positie misbruiken door bij leveranciers of dienstverleners zeer lange betalingstermijnen af te dwingen. In de praktijk kan het dan gaan om betalingstermijnen van 90 tot 120 dagen, hetgeen onwenselijk is voor onder andere mkb- en zzp-ondernemers.

02H49534.jpg

Tot voor kort mochten betalingstermijnen langer dan 60 dagen worden overeengekomen indien een dergelijke termijn niet “kennelijk onbillijk” was ten opzichte van de leverancier / crediteur. Om dat te kunnen beoordelen, moest onder andere gekeken worden naar de aard van de prestatie, de objectieve redenen voor de andere partij om zo’n lange termijn te hanteren en naar de goede handelspraktijken. Het moge duidelijk zijn dat van deze “ontsnappingsmogelijkheid” veel gebruik werd gemaakt en in het bijzonder door grote ondernemingen ten opzichte van hun kleinere leveranciers. Feitelijk is het voor deze kleinere partijen onmogelijk om daartegen op te komen, gezien de economische afhankelijkheid van de grote partijen. Het ongewenste gevolg daarvan was dat de financieringslasten bij de kleine leverancier kwamen te liggen en niet bij de grotere afnemer. De wetgever heeft beoogd aan deze praktijk een einde te maken.  
 

Wat is er veranderd?

Met ingang van 1 juli 2017 mogen te lange betalingstermijnen – langer dan 60 dagen – niet meer worden gehanteerd door “grote ondernemingen” ten opzichte van “kleinere ondernemingen”. Dit betekent dat een overeengekomen betalingstermijn van langer dan 60 dagen automatisch niet geldt en wordt omgezet in een termijn van 30 dagen, waarbij de wettelijke handelsrente verschuldigd is als er na die 30 dagen wordt betaald.
 

Wanneer is er sprake van een “grote onderneming”?

Een onderneming  is “groot”’ indien deze op twee achtereenvolgende balansdata voldoet aan ten minste twee van de drie onderstaande criteria:

  • de waarde van de activa op de balans is groter dan 20 miljoen euro;
  • de netto omzet over het boekjaar is groter dan 40 miljoen euro;
  • en het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar is groter dan 250 werknemers.

Indien aan tenminste twee van deze drie criteria wordt voldaan, dan is er sprake van een grote onderneming. De nieuwe regels gelden overigens alleen in de relatie tussen een grote en een kleinere onderneming. Op betalingstermijnen van meer dan 60 dagen, die worden overeengekomen tussen twee grote ondernemingen dan wel tussen twee kleinere ondernemingen, zijn de regels niet van toepassing. In die situaties geldt uiteraard wel de toets dat er geen sprake mag zijn van een betalingstermijn die “kennelijk onbillijk” is.
 

Voor welke overeenkomsten geldt de wet?

De nieuwe wet geldt voor alle (nieuwe) contracten die vanaf 1 juli 2017 worden gesloten. Voor bestaande contracten hebben afnemers en leveranciers tot 1 juli 2018 de tijd om de betalingstermijnen aan te passen. Vanaf 1 juli 2018 moeten ook de bestaande contracten aan de nieuwe regels voldoen.

Gezien deze nieuwe wettelijke regeling zullen de grote ondernemingen – die regelmatig contracten sluiten met kleinere ondernemingen – hun algemene voorwaarden aan moeten passen. Indien u uw algemene voorwaarden wilt laten checken (en aanpassen) of anderszins vragen heeft over deze regeling, dan kunt u uiteraard contact opnemen met ons kantoor.  

Over de auteur

Maikel Faassen.jpg
“ Kwaliteit, creativiteit en resultaat ”

Maikel Faassen

Contact opnemen