Aanvang van een verjaringstermijn bij een onverschuldigde betaling

Afgelopen 3 juni heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan die duidelijk maakt wanneer de verjaringstermijn aanvangt in het geval een partij onverschuldigd heeft betaald en hij aanspraak maakt op terugbetaling van die betaling. Advocaat Anne-Marie Hoppenbrouwers van Gimbrère Advocaten geeft een toelichting op de uitspraak.

geld.jpg

De Hoge Raad behandelde een zaak waarbij de eigenaar van een restaurant van een bierbrouwerij de terugbetaling van teveel betaalde huur wilde vorderen. Deze huur had de restauranteigenaar betaald nadat zij daartoe in 2005 door de kantonrechter was veroordeeld. Dit vonnis werd later door een hogere rechter vernietigd. De restauranteigenaar stelde vervolgens een vordering in tot terugbetaling van de onverschuldigd gebleken betaalde huur. De bierbrouwerij deed daarop een beroep op verjaring.
 

De centrale vraag

De centrale vraag in deze zaak is wanneer de verjaringstermijn van de vordering tot terugbetaling van de te hoge huurbedragen juridisch gezien is ontstaan. Is dat – zoals de bierbrouwerij in deze procedure stelde – op het moment dat deze werden betaald, of is dat op het moment dat de partij die er beroep op doet er zeker van is dat de betalingen daadwerkelijk onverschuldigd waren?
 

Korte verjaringstermijn van vijf jaar

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de vordering tot terugbetaling weliswaar rechtsgeldig is ontstaan op het moment waarop de huurbedragen telkens werden betaald, maar dat daarmee het aanvangsmoment van de vordering uit onverschuldigde betaling niet is gegeven. Van belang is dat de korte verjaringstermijn van vijf jaar niet alleen in het teken staat van rechtszekerheid, maar ook van de billijkheid, aldus de Hoge Raad. 
 

Aanspraak is niet geldend gemaakt

Bovendien beginnen de respectieve verjaringstermijnen van de teveel betaalde huur pas te lopen op de dag nadat de benadeelde daadwerkelijk in staat is om een rechtsvordering tot terugbetaling in te stellen. Dat moment diende zich nog niet aan gedurende het hoger beroep. Immers, de benadeelde verkeert op dat moment nog in onzekerheid of haar vordering wordt toegewezen en is daardoor niet in staat haar (op dat moment nog toekomstige) aanspraak geldend te maken. 
 

Uitspraak Hoge Raad

Wordt een vonnis vernietigd en heeft de uitspraak een terugwerkende kracht? Dit betekent niet 
dat de benadeelde in staat moet zijn geweest op het moment dat zij de huur betaalde, meteen al een vordering uit onverschuldigde betaling kon instellen. De definitieve uitspraak is dan ook dat de verjaring van de vordering op de bierbrouwerij uit hoofde van onverschuldigde betaling niet eerder is gaan lopen dan na de vernietiging van het vonnis van de kantonrechter.
 

Neem contact met ons op!

Heeft u een vraag over dit onderwerp? De advocaten van Gimbrère Advocaten kunnen u bij vragen en dergelijke problemen perfect bijstaan! Neem contact op met advocaat Anne-Marie Hoppenbrouwers via e-mailadres hoppenbrouwes@gimbrere.nl of telefoonnummer 076 514 05 05.

Over de auteur

Bel. Mail.
Of kom langs.

Er is altijd een praktische oplossing, en een advocaat van Gimbrère helpt je daarbij